Reeks: Herbeleef de glorie


Annelies Bredael

“Op die plaats en op dat moment moest het gebeuren”

Sommige sporttakken moeten knokken om wat media-aandacht en dat geldt zeker ook voor het roeien. Eens om de vier jaar biedt zich met de Olympische Spelen een uitgelezen kans aan om een in de schijnwerpers te staan. Annelies Bredael greep die kans en roeide in een spannende race naar een zilveren medaille in de skiff in 1992.


Uit een tegenslag kan een mens soms kracht putten. In de aanloop van Barcelona 1992 krijgt Annelies Bredael er enkele te verwerken, waaronder een hele zware. Na een achtste plaats op het WK roeien van 1989 denkt ze ook in 1990 mee te mogen, maar dat blijkt niet het geval. Kort daarop wordt ze aangereden op de fiets en kan ze een tijd niet trainen. Een jaar later verliest Annelies haar vader, een week voor het WK. Haar hoofd staat niet op roeien, maar omdat ze haar Olympische selectie kan veiligstellen, gaat ze toch. De afstand – letterlijk en figuurlijk – doet haar goed en ze wordt derde. Daarmee mag ze ook naar de Spelen van 1992.

Toch komt er nog een volgende teleurstelling. Bij de verkiezing van Sportvrouw van het Jaar eindigt ze pas vijfde, ondanks haar bronzen WK-medaille. Vandaag wijt Annelies het aan de rang van het roeien in de pikorde van de sporten. Ze geeft een voorbeeld uit 1994 om dat te staven. “Zwemster Brigitte Becue en ik haalden brons op een WK en landden op dezelfde dag in Zaventem. ’s Avonds op het nieuws kwam de aankomst van Becue uitgebreid aan bod, maar over mijn medaille werd niets gezegd.”

Annelies Bredael

“Dat is de stress: één keer om de vier jaar krijg je de kans om voor een olympische medaille te roeien.” (foto: Belga Image)

Denken aan wat kan mislopen

In de gespecialiseerde pers is Annelies echter niet onder de radar gebleven. Het Amerikaanse tijdschrift Sports Illustrated zet haar op de derde plaats in een voorbeschouwing op de Spelen. Maar zelf houdt ze de boot af. “Ik vind het fantastisch dat er sporters zijn die zeggen ‘Ik ga voor goud’, maar die uitspraak zal je van mij nooit horen. Ik krijg dat niet over mijn lippen, het ligt niet in mijn karakter. Ik zit eerder te denken aan alles wat kan mislopen.”

In Barcelona leiden drie wedstrijden naar een eventuele medaille: de reeks, de halve finale en de finale. Na vier jaar hard werken beslissen drie keer acht minuten over euforie of bittere teleurstelling. Haar reeks wint Annelies met gemak. “Ik heb me niet in het minst moeten forceren”, geeft ze mee aan Gazet van Antwerpen. Over de halve finale zegt ze vandaag: “Ik wilde eigenlijk liever de andere halve finale roeien, want ik moest tegen een heel sterke Duitse waar ik liever niet tegen roeide. Maar ik haalde het en zij bereikte zelfs de finale niet.”

“De tijd voor je in je boot stapt, dat wachten, dat is verschrikkelijk.”

Onweerstaanbare turbo

Op zondag 2 augustus 1992 staat de finale op het programma op het Estany de Banyoles, een meer op meer dan honderd kilometer van Barcelona. Vooraf komt het erop aan de zenuwen onder de controle te houden. “De tijd voor je in je boot stapt, dat wachten, dat is verschrikkelijk. Je leest wat, je kijkt wat tv, je probeert jezelf wat bezig te houden.”

De skiff telt 2.000 meter. Annelies past in de finale haar beproefde tactiek toe: niet te hard van stapel gaan en in de laatste 500 meter het tempo verschroeiend opdrijven. Aan de 1.500 meter ligt de Roemeense Elisabeta Lipa ruim op kop. Annelies lijkt om de tweede plaats te strijden met de Canadese Laumann en de Amerikaanse Harden. De drie vrouwen liggen zowat op gelijke hoogte. En dan spreekt Annelies haar turbo aan. Onweerstaanbaar roeit ze weg van haar concurrentes voor de zilveren medaille en op de meet heeft ze zelfs Lipa bijna te pakken.

“Ik ben verschrikkelijk gelukkig met die zilveren medaille, laat dat duidelijk zijn! Maar als ik het achteraf bekijk, dan besef ik dat ik op die 1.000 meter niet zo ver achter mocht liggen. Maar dat is mijn manier van roeien. Ik heb een heel goede eindsprint. Is het dan beter om toch meer gelijkmatig te roeien? Aan de start weet je dat je één kans krijgt. Dat is de stress: één keer om de vier jaar krijg je de kans om voor een olympische medaille te roeien. Achteraf kan je ‘als dit en als dat’ zeggen, maar het moet op die plaats en op dat moment gebeuren.”

Heeft Annelies die dag zilver gewonnen of goud verloren? Het eerste lijkt toch het meest aannemelijk. Niets zegt dat een andere tactiek haar even goed zou liggen. Bovendien is het ook niet zo dat ze nog een boel energie in de tank had. “Ook voor mij mocht het niet veel langer geduurd hebben”, zegt ze na de race aan Gazet van Antwerpen.

Medaille van Jacques Rogge

De podiumceremonie volgt even na de finale. Gelukkig kunnen de finalisten eerst even bekomen, want roeien is een extreem zware sport. Niet zelden moeten roeiers braken door de geleverde inspanning. “Een wielrenner komt over de meet en krijgt meteen een micro onder zijn neus. Wij hebben het geluk dat ze op het water niet meteen tot bij ons geraken. (lacht) Ik had dus wat tijd om terug te roeien naar het podium. Ik kreeg mijn medaille uit handen van Jacques Rogge, de latere voorzitter van het IOC (het Internationaal Olympisch Comité).”

Die dag zitten de OIympische roeiwedstrijden erop en dat wordt gevierd. “Het WK eindigt altijd met een roeiersfuif en dat was nu ook het geval. Zelf heb ik niet zwaar gevierd. Als medaillewinnaar moest ik na de wedstrijd naar de dopingcontrole. Ik heb daar uren gezeten en liters water gedronken. Tijdens de fuif moest ik de hele avond naar de toiletten, die verderop lagen. Ik had dus iets te veel gedronken, maar het was wel water.” (lacht)

Niet de allermooiste prestatie

Het Olympisch zilver zet Annelies op de kaart als topatlete en levert haar dan toch de titel van Sportvrouw van het Jaar op. Maar een ander moment beschouwt ze nog steeds als haar mooiste. “In 1990 mocht ik niet naar het WK en een jaar later won ik de wereldbekerwedstrijd in Duisburg. ‘Wat doe ik nu?’, dacht ik. ‘Ze hebben me eigenlijk gezegd dat ik te slecht ben om te roeien en ik win hier een wereldbeker!’ Dat vind ik mijn sterkste prestatie.”

Maar – het is al gezegd – het Olympisch toneel zet een vergrootglas op een sporttak als het roeien. De persbelangstelling voor zilveren Annelies stijgt exponentieel. “Anders was ik al blij met vijf regeltjes in de krant en nu vroegen ze of ze me móchten interviewen. (lacht) Door die persbelangstelling ben ik wel wat mondiger geworden. Weet je wat? Een medaille heb je voor het leven, hé. Als je zegt dat je een olympische medaille hebt gehaald, dan kijken mensen wel even op. Nu, ik pak er niet mee uit. Al veronderstel ik wel dat het op mijn doodsbrief zal staan.” (lacht)

Slechts één kans

In de daaropvolgende jaren dikt Annelies haar palmares nog aan, onder meer met twee bronzen medailles op het WK. Op de Spelen van Atlanta in 1996 wordt ze zevende. “Ik voelde dat het niet liep zoals de voorgaande jaren. Ik ben wel tevreden dat ik nog zevende werd. Een medaille zat er niet in, al had het net iets meer mogen zijn. Maar je krijgt maar één kans, hé.”

Na haar derde Spelen – ze is er ook al bij in Seoul in 1988 – zit Annelies’ internationale carrière erop. Maar de microbe van het roeien is ze niet kwijt. Zo blijft ze nog een tijdje Belgische kampioenschappen roeien én winnen. In 2008 pakt ze goud in de achtriem samen met onder meer Ann Haesebrouck – brons op de Spelen van Los Angeles 1984. De gemiddelde leeftijd aan boord is boven de veertig. Het is tekenend voor de passie van Annelies Bredael, die ook nu nog geregeld in de roeiboot stapt. Puur voor ontspanning, dat wel. De Olympische droom heeft ze al gerealiseerd.

Dit verhaal verscheen voor het eerst in OKRA magazine. In de reeks ‘Herbeleef de glorie’ blik ik terug op de ietwat vergeten hoogtepunten van de Belgische sportgeschiedenis. Ontdek de verhalen van andere Belgische sportfiguren.